Na beëindiging van een huurovereenkomst ontstaat regelmatig discussie over de waarborgsom. Het uitgangspunt is dat de waarborgsom volledig moet worden terugbetaald, tenzij er een wettelijke grond is voor inhouding. De waarborgsom is geen extra vergoeding voor de verhuurder, maar uitsluitend een zekerheid voor de nakoming van verplichtingen uit de huurovereenkomst aan de zijde van de huurder. De waarborgsom mag maximaal tweemaal de overeengekomen maandelijkse huurprijs betreffen voor huurcontracten die zijn afgesloten na 1 juli 2023, bij huurcontracten van voor die datum mag de waarborgsom maximaal driemaal de overeengekomen maandelijkse huurprijs betreffen.
De verhuurder hoeft geen rente te vergoeden over de waarborgsom.
Wanneer mag een verhuurder (een deel van) de waarborgsom inhouden?
Een verhuurder mag (een deel van) de waarborgsom inhouden indien sprake is van:
- Aantoonbare schade aan de woning die voor rekening van de huurder komt;
- Een huurachterstand;
- Openstaande servicekosten.
Van belang is dat het moet gaan om daadwerkelijk vastgestelde schade of concrete betalingsverplichtingen. Normale slijtage valt bijvoorbeeld niet onder schade. Denk hierbij aan kleine gebruikssporen of lichte verkleuring van verf of behang door natuurlijke veroudering. De huurder hoeft de woning ook niet in nieuwstaat op te leveren, maar in een staat zoals die destijds bij aanvang van de huurperiode is aanvaard.
De bewijspositie
De bewijslast is van belang bij geschillen over schade. Indien bij aanvang van de huur een duidelijke beschrijving van de staat van de woning opgesteld (bijvoorbeeld een inspectierapport met foto’s), kan aan de hand daarvan worden vastgesteld of sprake is van nieuwe schade bij eindinspectie.
Ontbreekt een dergelijke beginopname, dan rust op de verhuurder de verplichting om te bewijzen dat de schade tijdens de huurperiode is ontstaan en dat deze schade aan de huurder kan worden toegerekend. Lukt dat niet, dan ontbreekt een grond voor inhouding.
Wettelijke terugbetalingstermijnen
Sinds 1 juli 2023 gelden vaste termijnen voor terugbetaling:
- Binnen veertien dagen na het einde van de huur, indien geen schade of openstaande bedragen bestaan;
- Binnen dertig dagen, indien wel wordt verrekend. Daarvoor is het wel noodzakelijk dat de verhuurder de inhouding deugdelijk heeft onderbouwd.
Wordt niet binnen deze termijnen betaald of ontbreekt een deugdelijke onderbouwing, dan is de inhouding in beginsel onrechtmatig.
Wat te doen bij uitblijvende betaling?
Bij uitblijvende betaling is het belangrijk om de verhuurder schriftelijk te verzoeken om een gespecificeerde eindafrekening en een redelijke betalingstermijn te stellen, bijvoorbeeld veertien dagen. Blijft betaling uit, dan kan er een ingebrekestelling worden verzonden. Daarmee wordt de verhuurder formeel gesommeerd tot betaling.
Heeft u nog vragen over dit artikel? Of wenst u advies over uw situatie als huurder of verhuurder? Neem vrijblijvend contact opnemen met Lamers Tielemans Advocaten. Stuur hiervoor een e-mail naar info@lamerstielemans.nl of bel met 040 – 21 80 515. Wij helpen u graag.