Wanneer een onderneming failliet gaat, is een bestuurder vaak het volgende doelwit.
Curatoren grijpen regelmatig naar artikel 2:248 BW om bestuurders persoonlijk aansprakelijk te stellen voor het volledige boedeltekort. De financiële gevolgen kunnen desastreus zijn. Een recente uitspraak van de Rechtbank Limburg, ECLI:NL:RBLIM:2025:12772 laat zien dat een goed onderbouwde en strategisch gevoerde verdediging het verschil kan maken.
In deze zaak probeerde een curator een bestuurder en diens holding aansprakelijk te houden voor uiteenlopende posten: vermeende privé‑onttrekkingen, managementvergoedingen, goodwill rond een festival, subsidiebedragen én het volledige faillissementstekort. De rechtbank wees echter alle vorderingen af.
Artikel 2:248 BW biedt curatoren een vergaand middel.
Als er sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur én dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is, kan de bestuurder hoofdelijk aansprakelijk worden gehouden voor het volledige tekort.
Daarnaast bevat de wet een zwaar bewijsvermoeden: als de administratieplicht (artikel 2:10 BW) of publicatieplicht (artikel 2:394 BW) is geschonden, staat onbehoorlijk bestuur in beginsel vast en wordt vermoed dat dit het faillissement heeft veroorzaakt. De bewijslast verschuift dan naar de bestuurder.
Maar deze uitspraak bevestigt ook dat de lat hoog ligt.
Waarom de curator hier strandde:
1. Geen aantoonbare schending van de administratieplicht
De curator stelde dat de administraties van twee vennootschappen door elkaar liepen. De rechtbank maakte korte metten met deze stelling. Het enkele feit dat vennootschappen onder dezelfde handelsnaam opereren, betekent niet dat de administratie ondeugdelijk is.
Cruciaal was dat niet concreet werd aangetoond dat er geen inzicht bestond in de vermogenspositie van de ondernemingen. Zonder feitelijke onderbouwing kon de curator geen beroep doen op het bewijsvermoeden van artikel 2:248 lid 2 BW.
Een goed ingerichte en overdraagbare administratie is dan ook de eerste verdedigingslinie voor de bestuurder.
2. Tegenvallende resultaten zijn geen onbehoorlijk bestuur
De curator redeneerde vanuit het faillissement terug naar vermeende fouten. Een tegenvallend concert, verlieslatende evenementen, risico’s die verkeerd werden ingeschat. Volgens de rechtbank is dat echter onvoldoende.
Ondernemen brengt nu eenmaal risico’s met zich mee. Alleen wanneer geen redelijk denkend bestuurder hetzelfde zou hebben gehandeld als de bestuurder in kwestie, kan sprake zijn van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Achteraf oordelen met de kennis van nu, met zogenaamde ‘hindsight bias’ is juridisch niet houdbaar.
Zakelijk onderbouwde beslissingen, zelfs als deze slecht uitpakken, zijn dus niet automatisch verwijtbaar en leidden niet als vanzelf tot onbehoorlijk bestuur.
3. Onvoldoende onderbouwing van onttrekkingen en rekening‑courant
Ook vermeende privé‑uitgaven en rekening‑courantposities bleken onvoldoende onderbouwd door de curator.
Zonder concrete financiële analyse en bewijs van een daadwerkelijke schuldpositie houdt een dergelijke vordering geen stand.
4. Causaal verband ontbrak
Zelfs als er onzorgvuldigheden zouden zijn, moet wel worden aangetoond dat deze een belangrijke oorzaak van het faillissement waren. Die causale koppeling ontbrak volledig.
Wat deze uitspraak betekent voor bestuurders is da deze zaak bevestigt dat artikel 2:248 BW geen automatisme is. Curatoren moeten hun stellingen wel degelijk concreet en juridisch sluitend onderbouwen. Wanneer dat niet gebeurt, kan een bestuurder volledig worden vrijgesproken van aansprakelijkheid voor het boedeltekort.
In procedures over bestuurdersaansprakelijkheid draait alles om:
• een scherpe analyse van de administratie;
• het ontkrachten van het bewijsvermoeden;
• het blootleggen van ontbrekend causaal verband;
• en het juridisch kaderen van ondernemersrisico.
Bent u als bestuurder aansprakelijk gesteld na een faillissement? Of dreigt een curator een procedure te starten op grond van artikel 2:248 BW?
Wacht dan niet af. In deze zaken geldt: hoe eerder de juiste juridische strategie wordt bepaald, hoe groter de kans op een succesvolle verdediging.
Wij adviseren en procederen regelmatig in kwesties rond bestuurdersaansprakelijkheid, faillissementsrecht en complexe ondernemingsgeschillen.
Neem vrijblijvend contact met ons op indien u met een faillissementssituatie geconfronteerd dreigt te worden, dat kan per e-mail op info@lamerstielemans.nl of telefonisch op 040-2180515. Wij helpen u graag.